Verdiepingsworkshop 30 maart: Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling

Een vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling……. en dan?

Van ongeveer 125.000 volwassen mannen en vrouwen en ca. 120.000 kinderen in de leeftijd van 0-17 jaar is vastgesteld dat zij slachtoffer zijn van structureel huiselijk geweld en kindermishandeling.  Deze cijfers komen uit een recent onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit onderzoek is uitgevoerd in 2018 en werd gepubliceerd op 6 februari 2019. Tegelijkertijd verschenen de resultaten van een onderzoek naar kenmerken van plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Omdat huiselijk geweld zich in het algemeen achter de voordeur afspeelt, is het vermoeden dat het aantal gevallen van huiselijk geweld hoger is dan in het onderzoek naar voren komt.

Het is dus niet zo zeer de vraag óf u er in uw praktijk mee te maken krijgt, maar wanneer.

Om (een vermoeden van) huiselijk geweld te kunnen waarnemen, is het van belang dat u de signalen kent die kunnen wijzen op huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Vervolgens is het belangrijk dat u weet hoe u moet handelen als u iets vermoedt.

In deze workshop wordt geoefend met gesprekken en casuïstiek. De deelnemers kunnen eigen casuïstiek inbrengen. Eén thema komt in ieder geval aan de orde: de vechtscheiding. Deze verdiepingsmodule is ontwikkeld op basis van een behoeftepeiling onder deelnemers aan de basis Meldcode.

Voorwaarde om aan deze workshop deel te nemen is dat u in het bezit bent van het Bewijs van deelname aan de basisworkshop Meldcode. Dat Bewijs van deelname hebt u via de SCAG of elders behaald.

Locatie: Fort Lunet IV, Oude Liesbosweg 68, 3524 SB Utrecht
Tijdstip: 13:15 tot 16:30

Datum
30 maart 2019
Prijs excl. BTW voor leden (gelieve in te loggen via Mijn SCAG)
€ 40,91
Prijs excl. BTW voor niet-leden
€ 49,18
Beschikbare plaatsen
12 / 12

Inschrijven

“SCAG is de gespecialiseerde geschilleninstantie voor de complementaire en alternatieve gezondheidszorg”